Essterfte nadert Nederland
Geplaatst op maandag 25 augustus 2008, door Boomadviseur
Als mogelijke veroorzaker van de Essterfte wordt de parasitaire schimmel Chalara fraxinea verantwoordelijk gehouden. Deze schimmel is onder meer verwant aan de veroorzakers van de Platanensterfte (Ceratocystis fimbriata) en de Iepziekte (Ophiostoma ulmi). Omdat de Essterfte een ernstige bedreiging voor bossen, boomkwekerijen, laan- en parkbomen vormt heeft de EPPO (European and Mediterranean Plant Protection Organization) in september 2007 besloten dat Chalara fraxinea op de Alert List is geplaatst. (www.eppo.org)
Essterfte in Europa
Voor zover nu bekend is de schimmel aanwezig in Oostenrijk, Duitsland, Litouwen, Polen en Zweden. Dezelfde symptomen zijn ook waargenomen in Denemarken, Finland, Estland en Letland. In deze landen is Chalara fraxinea (nog) niet geïsoleerd uit de aangetaste bomen. Bij onze oosterburen in Duitsland is de Essterfte op een groot aantal plaatsen in met name het noorden van het land vastgesteld. Met waarnemingen in Bremen en Osnabruck bevindt de ziekte zich op een afstand van minder dan 75 km. van Nederland. De zieke essen in Duitsland worden met name op boomkwekerijen aangetroffen. Een aantal kwekerijen is noodgedwongen gestopt met het kweken van Fraxinus excelsior. Ook vanuit Scandinavië komen er berichten van rigoureuze maatregelen die genomen worden om de uitbreiding van de ziekte te voorkomen. Zo besloot Noorwegen eind juni van dit jaar om de import van essen naar en de verkoop van essen binnen Noorwegen volledig te verbieden.
Kenmerken en gevolgen
Aanvankelijk, verschijnen kleine kankervlekken (zonder vochtafscheiding) op de stam en takken. Deze vlekken worden na verloop van tijd groter met een onderbreking van de sapstroom tot gevolg. Aansluitend treden verwelkingverschijnselen in vooral het bovenste gedeelte van de kroon op. De een- en tweejarige twijgen sterven af en met name gedurende warme en droge perioden zijn de verwelkingverschijnselen groot. De Essterfte komt voor in bomen van alle grootten en leeftijden, maar wordt veelal het eerst aangetroffen in relatief jonge bomen van 4 tot 10 meter hoog. Naast essen in bosverband en op boomkwekerijen worden ook laan- en parkbomen binnen het stedelijk gebied aangetast.
Chalara fraxinea als mogelijke veroorzaker
Chalara fraxinea is voor het eerst vastgesteld in Polen (Kowalski, 2006) en later in Duitsland (Schumacher et al., 2007), Zweden (Thomsen et al., 2007), Litouwen (Vasaitis, 2007) en Oostenrijk (Halmschlager en Kirisits, 2008). Ondanks het feit dat op de meeste essen die de symptomen van de Essterfte vertonen de schimmel Chalara fraxinea wordt vastgesteld is nog niet definitief bewezen dat het de primaire veroorzaker is van de ziekte. De biologie van Chalara fraxinea in relatie tot de Gewone es is volgens veel wetenschappers nog raadselachtig. Verder onderzoek is vereist om zijn rol bij de grootschalige en veelal desastreuze verspreiding van de Essterfte in Europa te bepalen.
Essterfte in Nederland
De Essterfte is Nederland tot op geringe afstand benaderd. Met name in de noordelijke provincies van Nederland dient men extra alert te zijn op de symptomen van deze ziekte in Gewone es. Eventuele aantastingen verwachten wij voor het eerst op boomkwekerijen en in (jonge) landschappelijke beplanting. Bij waarnemingen van afstervende essen met symptomen van de Essterfte kunt u het beste contact opnemen met de Plantenziektenkundige Dienst in Wageningen.
