Juridisch: De verboden zone
Geplaatst op donderdag 22 juli 2010, door Mr. Peter G. Broekman. Bron: Broekman advocaten
Na lang zoeken heb je eindelijk je droomhuis gevonden met een heerlijke tuin op het zuidwesten. Een boom in de tuin van de buurman, die tijdens de bezichtiging in de winter nog helemaal kaal was en daardoor nauwelijks was opgevallen, blijkt echter in de zomer vol in het blad te zitten en een enorme schaduw te werpen in je tuin. Daar zit je dan, te rillen in de schaduw. Kan de buurman worden gedwongen zijn boom te verwijderen?
Allereerst een blik in de wet, om precies te zijn artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarin is bepaald dat de buurman op of tegen de erfgrens bomen, heesters en heggen mag hebben, mits die niet hoger reiken dan de tussen de erven aanwezige scheidsmuur, zo die er is. Is er geen scheidsmuur of zijn de beplantingen hoger dan de scheidsmuur, dan geldt voor bomen een minimale afstand van twee meter van de erfgrens, te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom, en voor heesters en heggen een minimale afstand van een halve meter van de erfgrens. De daartussen liggende ruimte wordt ook wel eens de “verboden zone” genoemd.
Bovenstaande beperkingen gelden niet – oftewel, er mogen dus wel hogere bomen, heesters en/of heggen op kortere afstand van de erfgrens staan - in de volgende gevallen:
-als de voormalige eigenaar van uw huis voor de aanwezigheid van voormelde beplantingen aan uw buurman toestemming heeft gegeven. Deze toestemming bindt ook u als rechtsopvolger onder bijzondere titel (koper), tenzij de toestemming voor u verborgen was gebleven. Deze toestemming kan destijds zijn ingeschreven in het Kadaster. Het heeft dus altijd zin om van tevoren even het Kadaster te raadplegen. Wat in het Kadaster is ingeschreven, is immers niet verborgen;
-als het om “openbare bomen” gaat (van overheidsorganen, zoals bijvoorbeeld een gemeente);
-als de rechtsvordering tot wegneming is verjaard door verloop van twintig jaar;
-als een kapvergunning wordt geweigerd;
-als ingevolge een verordening of plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegelaten.
Verordening of plaatselijke gewoonte
Artikel 5:42 BW bepaalt dat ingevolge een verordening (meestal is dat de Algemene Plaatselijke Verordening oftewel APV van een gemeente) kleinere afstanden tot de erfgrens kunnen zijn toegelaten. In het Gooi is dat bijvoorbeeld het geval in Blaricum en Laren. Deze gemeenten hebben in hun APV bepaald dat bomen, heesters en heggen zijn toegestaan “ongeacht de hoogte, tot aan de grenslijn van een ander erf”. Een tot de buurman gerichte vordering tot verwijdering van beplanting heeft in deze dorpen in principe dus geen zin, want er is geen verboden zone.
De APV’s van de gemeenten Huizen, Bussum, Naarden, Eemnes en Hilversum kennen een dergelijke bepaling niet, maar let op: ook dan kunt u nog niet zeker zijn van uw rechten. Ook de plaatselijke gewoonte kan bij het bepalen van de omvang van de verboden zone een rol spelen. Wat die plaatselijke gewoonte is, zal dan wel moeten worden aangetoond. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een verklaring van de directeur van de afdeling Openbaar Groen van de betreffende gemeente.
Maar ook als de beplanting legaal is, zijn uw juridische mogelijkheden nog niet helemaal uitgeput. Over de erfgrens hangende takken mag u, nadat u de buurman eerst hebt aangemaand, zelf snoeien en doorgeschoten wortels mag u ook verwijderen. U dient dit wel zorgvuldig te doen. En als laatste troost: vruchten die van de bomen op uw erf vallen worden uw eigendom. Hopelijk zijn die dan wat minder wrang!
